Een van de dichters van de Avond van de Zuid-Hollandse Poëzie was Paul Venderbosch. Naar aanleiding van de voorstelling maakte hij een speciaal gedicht:

Bleiswijk dichtte

Langsingerland bloeide
met zoveel gedichten
’t Webtheater groeide
met dorpdichtgezichten

Alida jubelde over haar wilg
Terwijl Otte sprak over de Rotte
dichtte Dirk over zijn land
Oost is best. Maar thuis is West

Ed is van Berkel
Niet in de Achterhoek, maar de Hollandse
En Ingrid roerde haar staart
vanuit de Hoekse waard

Ravestein, niet aan de Maas
Jelde vanaf de sluis, welde aan de Maas
Kaj deed het weer aan den Rijn
Laat daar ook een Alphen zijn

Marianne dichte eerst vooruit
maar ging toen ook leidend achteruit
Marjolein deed dit cabaretesk
bewoog in heel haar zijn

Pieten kwamen ook op tafel
Hardendood uit Waddinxveen
En ook de Goudse
Stroop zonder wafel

En Robbert viste uit zijn meer
Niet zout maar zoet zo ongeveer
Kortom al dat Hollands Water
Golfde woelig. Allesbehalve stil

Manuela, de presentator, bleek groot prater
En Etwin leidde ons opnieuw langs al dat water
Mark werd als gemeentedichter daarmee gedoopt
De beste van de avond worden had hij echt gehoopt

De enige Hillegommer dichte over onze grote pomp
Sprak over gebrek aan klaterend water
Als zandhaas vanuit de Achterhoek
behield hij daarmee een droge broek